Vorig weekend ging ik uit met mijn vriendinnen en we waren pas om 4 uur ‘s nachts thuis. Dat vinden mijn kinderen helemaal niets. Beschamend zelfs. Toen ik vertelde dat ik uitging, keek mijn dochter me aan met een blik die het midden hield tussen meewarigheid, bewondering en pure doodsangst. Ik denk dat dat laatste komt door het aanwezige risico dat ik iemand tegenkom die zij kent. Dan zou ze zich helemaal kapot schamen. Ik moet me naar mijn leeftijd gedragen. Voor haar houdt het leven na een bepaalde leeftijd op. 20 kan misschien nog net maar daarna moet je wel echt achter de spruitjes.

Het is zo belangrijk hoe haar vrienden tegen ons aan kijken. Ik zei laatst achteloos ‘Ik kwam je vriendinnen net tegen.’ Als door een wesp gestoken kijkt ze me aan en vraagt enigszins in paniek:
‘Oh. Wat zei je??!’
‘Nou gewoon hallo.’
‘En wat zeiden zij toen??’
ze kijkt me nog steeds bang en wantrouwend aan…
‘Gewoon, ook hallo!’
ach ik ben de beroerdste niet dus ik voeg eraan toe ‘En ze lachten er aardig bij, je hebt leuke vriendinnen!’
Pfff….. opluchting!

Blijkbaar ben ik dit keer succesvol door het sociale mijnenveld vol potentiële ik-schaam-me-kapot-voor-mijn-moeder momenten gekomen. Maar het is een dun lijntje. Dat het dit keer goed ging, geeft geen enkele garantie voor de toekomst.

Online vlieg ik nog wel eens uit de bocht. Een grappig bedoelde profielfoto op WhatsApp, een gekke bek-selfie op Instagram en binnen 2 minuten heb ik van twee kanten beet: boze en smekende berichten of ik het er ALSJEBLIEFT af wil halen.

Volgens mij doen we het de laatste tijd best aardig. Steeds vaker komen er vrienden over de vloer en steken die zelfs hun hoofd om de hoek. Hmmmm, ik zie ineens mogelijkheden hoe ik hen kan motiveren om hun kamer op te ruimen … 😉

Foto: Flickr

 

Vind je dit leuk om te lezen? Dan vind je mijn andere blogs over mijn leven als moeder van pubers vast ook de moeite waard. Je vind ze hier