Ik ga graag naar bandjes kijken, zo ook deze week bij Eurosonic. Maar het woord kijken dekt niet echt de lading als het vol is in de zaal. Ik ben namelijk niet zo groot en als je als klein persoon niet helemaal vooraan wil staan, is het best een uitdaging om er wat van mee te krijgen. Meestal gaat dat ongeveer zo:

Tussen de ruggen door zoek ik een vrije zichtlijn zodat ik een stukje zie van de band. Bij voorkeur van de zanger maar ik ben blij met alles. Heb ik er één gevonden, dan maak ik me breed en sterk zodat ik kan blijven staan. Tot er een lang iemand voor me komt staan. Dan vloek ik wat binnensmonds en schuif op, op zoek een nieuwe plek met zicht op een vers stukje podium.

Dat blijven staan klinkt eerlijk gezegd een stuk makkelijker dan het is. Omdat ik met mijn lengte geen obstakel vorm voor anderen, loopt alles wat bier gaat halen of naar de wc moet, bij voorkeur langs mij. En naarmate de avond vordert, gaat dat er steeds minder zachtzinnig aan toe.

Bij veel bands die ik leuk vind, komen vooral grote kerels. Dan ben ik blij dat er bij grote zalen, schermen staan. Als die er niet zijn, is dat erg jammer. Ik heb een keer bij een concert van Pearl Jam, nog geen haar van Eddie Vedder gezien. Maar wel aardig wat lichaamsgeur op kunnen snuiven van de mensen om me heen. Want als het er een beetje wild aan toegaat, is het niet echt fijn dat je neus zich op okselhoogte van de rest bevindt.

Waarom wordt er eigenlijk niet iets beter voor de kleine medemens gezorgd? Waarom delen ze eigenlijk geen kratjes uit? Een beetje zoals de stoelverhogers in de bioscoop? Krukkies voor ukkies!

Ik vind het eigenlijk een behoorlijk briljant plan van mezelf. Misschien moet ik maar eens patent aan gaan vragen.

Foto: Pixabay

Leuk vinden is delen:
0