Mijn tederbeminde heeft last van zijn rug. En niet een beetje, maar serieus errug. Niet dat hij klaagt ofzo, dus feitelijk heb ik er niet zo veel last van. Maar ik merk het natuurlijk wel, fijngevoelig als ik ben.

Dus af en toe pols ik voorzichtig: ‘Gaat het een beetje?’ ‘Mwah, ja hoor gaat wel.’ Ja ja, ammehoela, denk ik: zo kijk je anders niet! Maar goed, ik heb inmiddels geleerd dat het niet veel beter wordt als ik de hele tijd om hem heen spring met al mijn goede bedoelingen. Dus ik ga ook maar een beetje mijn eigen gang en om me geen ongelofelijke bitch te voelen, informeer ik wel zo nu dan hoe het gaat en hou ik rekening met hem. Dat hebben we immers zo afgesproken: in goede en in slechte tijden!

Dan was de vakantie eerlijk gezegd best een uitdaging. Want ik wil heel veel, mijn pubers willen iets anders en mijn lief kan niet zoveel. Daarnaast was het bloed verzengend heet, dus dat betekende schipperen 2.0. en iets teveel mac donalds naar mijn bescheiden mening.

Beter dat hij auto rijdt, toch?

Maar gelukkig kon hij wel autorijden. Dat leek ons het beste. Ik ben niet zo’n held. Bij onze eigen auto ben ik verantwoordelijk voor 98% van de krassen en deuken. Pak nog wel eens een paaltje mee of ga net ff te dicht langs de struiken bij het achteruitrijden. Ben zelfs een keer terwijl ik indruk probeerde te maken omdat mijn vader stond te kijken, keihard achteruit tegen een boom aangereden bij het inparkeren.

Dus liet ik hem heel graag rijden. Zo kon hij met dat zielige lichaampje van hem, toch de man uithangen. Maar dat liep niet helemaal van een leien dakje…

Oh, oh….

Waar mijn betere helft normaal gesproken zonder blikken of blozen onze brede Prius door de kleinste Zuid-Europese parkeergarages weet te loodsen, gaat het nu minder vlotjes. Zo schuurt hij dit keer in bij de eerste de beste parkeergarage, met de achterkant van onze gehuurde auto tegen een betonnen paal. De kinderen en ik kijken elkaar aan ‘Oh, oh…’.

Grappen en grollen

Als hij de volgende dag in dezelfde garage met veel kabaal langs een andere paal schampt en meteen een stukje bumper meetrekt, kan ik het nadat ik de eerste schrik te boven ben, niet helpen, ik moet er vreselijk om lachen! Als ik het de kinderen vertel, moeten zij zo mogelijk nog harder lachen. De grappen en grollen zijn de rest van de vakantie niet van de lucht. Maar hij kan er niet echt om lachen. Nou ja, een klein beetje dan: als een boer met rugpijn.

Verder zijn we de vakantie best goed doorgekomen. We hadden het leuk met zijn viertjes. Maar misschien is het wel zo verstandig als ik volgend jaar het rijden voor mijn rekening neem, kan hij ook weer eens echt lachen.

Natuurlijk denkt mijn lief hier heel anders over. Zijn kant van het verhaal lees je hier.

Meer verhaaltjes van mijn tederbeminde en mij, vind je hier: Scenes uit een huwelijk
Nooit meer een blog missen? Volg jasnetteke op Facebook of Twitter of schrijf je in op de knop op de homepage

Foto: Pixabay