Ze noemden mijn vader vroeger Pietje Belangrijk. Dat weet ik omdat ik samen met mijn broer een dag met mijn vader op stap ben geweest. De handtekening van zijn constant dronken baas vervalsen, dat deed hij ook. Niet om grote sommen geld naar zijn eigen rekening te sluizen hoor, daar is hij toch te keurig voor. Nee, gewoon zodat de zaken in het bloembollenbedrijf door konden gaan tijdens het delirium van zijn werkgever.

Ik ben met mijn vader en mijn broer(tje) een dag gaan fietsen. Hij had het nog tegoed voor zijn verjaardag. We gaan natuurlijk niet doelloos over de Veluwe crossen, nee we hebben een doel. We gaan op zoek naar de camping waar we vroeger iedere Hemelvaart kampeerden met een groep van de kerk. We hebben allemaal goede herinneringen aan die weekenden: dropping, zandverstuiving (of is het nu zandvlakte, de meningen zijn verdeeld) en de favoriet van alle kinderen: friet van ome Piet voor allemaal. En de heiligen op de berg natuurlijk, een groep uit het gezelschap die met hun tenten een stukje hoger stonden dan de rest, en dat zelf zeg maar ook heel passend vonden. [tekst gaat verder onder de foto]

Grappig hoe we zo weer in oude patronen stappen. Alleen zonder het gekibbel van vroeger. Waar ik me toen doorlopend irriteerde aan mijn broer, vind ik hem nu geweldig. Ik ben verbaasd hoe gemakkelijk we met elkaar omgaan: zelfde humor, zelfde tempo, zelfde zorg voor ons vadertje.

De camping lijkt niet meer op die van vroeger. Sterker nog, ik herken echt helemaal niets. Niet dat mijn broer en ik ons nog herinneren hoe de camping er nu precies uitzag, maar we weten nog wel heel goed hoe het veld eruit zag waar wij altijd stonden en het jongerenveldje erachter. Het bestaat niet meer, de camping staat vol met stacaravans en het ons zo bekende veld is in geen velden of wegen te bekennen.

Als we staan waar het ongeveer geweest moet zijn, gaat het keihard hagelen. Zou dat iets te maken hebben met het feit dat mijn broer en ik de kerk ver achter ons hebben gelaten? We laten onze koppies natuurlijk niet hangen, alleen even voor de foto om aan mijn moedertje te sturen. Gewoon een beetje sarren, dat doen we alledrie graag. [tekst gaat door onder de foto]

Da’s pech, alles weg…

Op de fiets is mijn vader nog een vitale vent. Kan aardig doortrappen en geeft geen kik. Dus ik dacht dat we best een stukje dwars door het bos konden gaan, op zoek naar een fietspad. Off road zeg maar, lekker avontuurlijk, op onze wit met roze damesfietsen….

Dat was dus niet zo’n goed idee. Echt zwaar trappen op die zandpaden maar het is vooral link met slippen. Oh, oh.. als ik merk dat het toch niet zo handig is, zo met mijn vader, zijn we al best een eindje het bos in. Ik ben als de dood dat hij zal vallen. Alsof ik me op dat moment pas realiseer dat mijn vader niet meer de onoverwinnelijke grote kerel is, maar ook een man op leeftijd.

Verbeten fietsen we terug. Niet als vroeger, met stemverheffing en gedoe, maar in geladen stilte waarin broerlief en ik monterder dan we het voelen, het optimisme erin proberen te houden. ‘Hier is het zand gelukkig een stuk harder!’ ‘Nog twee bochten, dan zijn we weer op de goede weg’. [tekst gaat door onder de foto] 

Eenmaal terug op de provinciale weg, haal ik opgelucht adem, pffff. Niks gebroken, geen drama’s en alles nog heel. Even later rusten we bij het oorlogsmonument bij de Woeste Hoeve. Een herdenkingsplek voor gefusilleerde Nederlanders in WOII. Daar verbaas ik me er weer over hoeveel mijn vader weet. Als kind geboren in de oorlog, heeft dit hem altijd gefascineerd. Het gesprek gaat over Georgiërs die in opstand kwamen tegen de Duitsers op Texel en de brug die er één te ver was. Ook mijn broertje kent deze verhalen. Ik niet, maar ik geniet van het gesprek en ben trots op allebei. [tekst gaat verder onder de foto’s]

Als we aan het eind van de dag nog ergens een borrel nemen besef ik hoeveel geluk ik heb. Dat we dit kunnen delen samen. Als het kan, dan heel graag volgend jaar weer.