Omdat we zo lekker zijn doorgekachelt de eerste vier dagen, hebben we vandaag tijd om een beetje toeristisch te doen. Marloes stapt sowieso al graag af bij allerlei fotogenieke stukjes, ‘ Oh, even wachten hoor, dit is zo mooi!’ Vandaag doet ze dat nog iets vaker. Als we een oud vliegtuig passeren aan de kant van de weg, vliegt ze met haar telefoon de weg over om door het hek een foto te maken. Omdat ik moet plassen, blijf ik wachten.

Als het wel heel erg lang duurt, ga ik toch even kijken. Ze is in gesprek geraakt met Roeland, de monteur/opknapper van het oude vliegtuig. Hij vertelt waar het allemaal is geweest. Ook in Arnhem bij de bevrijding in ieder geval, tijdens WOII.

Roeland en zijn vliegtuig
Roeland vertelt trots wat hij allemaal heeft opgeknapt aan de kist: raampjes vervangen, bekleding van de stoelen in de cockpit en de motoren heeft hij schoongemaakt. Hij wil best op de foto, ik moet hem wel waarschuwen, dan kan hij zijn buik inhouden. Ik kan op de foto niet goed zien of hij dat gedaan heeft.
(Tekst gaat verder onder de foto)


Museum en fika
Het kan niet op met al die toeristischerigheid. Ook bij het openluchtmuseum van Linkőping stappen we af. Schattige oud Zweedse huisjes en straatjes. Off season is er al niet veel open maar op maandag is helemaal alles dicht. Gelukkig is er wel een koffietentje open zodat we tijd hebben voor een echte Zweedse fika, een koffiebreak met lekkers.
Het landschap is veranderd naar boerenland. Maar waar we ook zijn, overal zie je roodgeschilderde grote houten schuren. Ik denk dat er meer schuren dan mensen zijn. En overal zijn mensen aan het klussen. Verder is er denk ik ook niet veel te doen.

Veel Zweedser wordt het niet
In de middag fietsen we een mooie route langs het prachtige Götakanaal. Sommige stukken gaan makkelijk, op andere stukken zwoegen we heuvel op heuvel af langs gravelpaden tot onze eindbestemming van vandaag: Sőderköping. Daar wacht Jösta. Veel Zweedser wordt het niet: een baard, blozende wangen, blauwe oogjes en sokken in sandalen.
(Tekst gaat verder onder de foto)



Nee, Zweden is alleen in de zomer open
De volgende dag is het tijd om naar onze eindbestemming te gaan: Nykőping, de stad waar Õrjan woont. Het is prachtig weer. Zonnetje, niet veel wind en ook niet veel gravelpaden. Op advies van onze gastheer nemen we de route waarbij we de veerboot pakken over het Brãvikkenkanaal. Dat was een goed advies: het is er prachtig. Als we even later langs schilderachtige dorpjes rijden, willen we daar wel koffie. Maar horen steevast: ‘Nee, het is alleen in de zomer open!’ Ik snap het ook wel, er zijn niet veel mensen dus om daar nou je tent voor open te doen zal niet heel rendabel zijn. Wel jammer maar dan maar op een bankje voor de supermarkt een broodje eten. (Tekst gaat verder onder de foto)



Eerder dan gepland komen we aan bij Örjan. Wat een sympathieke man. Nadat we even rustig hebben bijgepraat, neemt hij ons mee sightseeing in de auto. Wat een heerlijke luxe na al dat gefiets. Aan het eind van de dag maken we een prachtige wandeling in een natuurgebied aan de kust. Zittend op een rots zien we de zon langzaam ondergaan boven een baai. Wat voel ik me rijk dat ik hier mag zijn met deze mensen.