Morgen, 13 augustus is de dag van de linkshandigheid. Fijn dat wij als minderheidsgroepering ook een eigen dag hebben want geloof me, het valt soms niet mee. Naast het feit dat we moeten omgaan met het hardnekkig rondzingende verhaal dat we korter leven dan onze rechtshandige soortgenomen, zijn er meer dagelijkse worstelingen die ik als linkshandige in stilte draag.

  1. Om te voorkomen dat mijn hand door de verse inkt gaat met het schrijven, heb ik een schrijfhand ontwikkeld die zich het best laat vergelijken met een klompvoet. In een ongemakkelijke vuistgreep houd ik mijn pen vast. Dit doe ik ook met tekenen en schilderen. Geloof me, dat doe ik liever niet in het openbaar.
  2. Veel leuke opschrijfboekjes hebben de ringband. Dat is heel lastig schrijven, vooral met een klomphand.  
  3. Recht knippen? Lukt niet. Met een ‘gewone’ schaar is pleisters knippen ook superlastig. Echt vervelend als je met een bloedend kind zit en je krijgt die huidkleurige mat met witte stippen niet door. Daarom ben ik fan van de voorgeknipte variant. Zouden er eigenlijk linkhandige kappers zijn?
  4. Als ik op een whiteboard heb geschreven, ziet de zijkant van mijn hand er uit alsof ik de kleuterleeftijd nooit ben ontgroeid.
  5. Het valt altijd op: Ben je links? Ik ben het dan ook gaan zien als een belangrijk onderdeel van mijn karakter.
  6. Armpje drukken? Dat doe ik het liefst alleen met collega lefties, ik hou niet van verliezen.
  7. Horlogeknopjes zitten altijd aan de verkeerde kant.
  8. Als ik iets moet voordoen als breien, haken of ander handwerk, is dat heel lastig voor een rechtshandige om te volgen. En als ik iets moet nadoen dat een rechtshandige voordoet, raken mijn hersenen in de knoop.
  9. Op een flexplek moet ik altijd de muis omdraaien.
  10. De fotoknop op mijn telefoon zit aan de rechterkant waardoor selfies maken zonder hand in beeld, een prachtige prestatie is.
  11. Als ik een maatbeker vul, staan de cijfers aan de achterkant. Omdat ik geen zin heb in het beetje eruit, draaien, beetje erin circus doe ik heel veel op de gok. Het laat zich al raden, ik ben geen keukenprinses maar ik heb een excuus.  
  12. Als ik aan de verkeerde kant ga zitten van een rechtshandige, raken onze ellebogen in een continue gevecht. Ook is er steeds verwarring over welk glas van wie is.
  13. Sommige speelkaarten hebben maar op twee hoeken informatie over welke kaart het is, dan lijkt het dus of ik een kluitje witte kaartjes in mijn hand heb. Er is een speciale plek in de hel voor de uitvinder van dit soort discriminerende materialen. Mag hij daar branden met de uitvinders van de blikopener, de dunschiller en al het elektrische gereedschap met de knopjes aan de verkeerde kant.

Dus ja, door al dit rechtshandige geweld is het natuurlijk geen wonder dat ik een enorme ķlungel ben.

Vind je dit leuk om te lezen? Dan vind je mijn andere verhaaltjes vast ook leuk. Je kunt jasnetteke volgen op Facebook of Twitter of via de abonneerknop op deze site.